Wormen bij de hond 101

Honden en wormen horen een beetje bij elkaar. Niet voor niets worden pups in het nest al meerdere malen ontwormd. Maar is dat daarna ook nodig? Of kan het op een andere manier? Preventief ontwormen kan belastend zijn voor het lichaam; zeker bij honden die minder weerstand hebben of chronisch ziek zijn. Daarnaast kun je niet preventief ontwormen: het werkt alleen als je hond daadwerkelijk wormen heeft. Het is dan ook zinvoller om eerst te testen of je hond daadwerkelijk wormen heeft. Zo niet, hoef je ook geen ontworming te geven. Op deze manier ontdek je wel of je hond wormen heeft, maar hoef je niet onnodig een kuur te geven op het moment dat er geen wormen zijn. Win win! Maar hoe zit het nu precies? Welke wormen zijn er, wat doen ze, hoe test je of je hond wormen heeft en vooral, hoe ga je met ontwormen om? Dat lees je hier!

Wormen natuurlijk bekeken

Iedere hond heeft weleens last van wormen, maar meestal kan hij dat zelf prima in toom houden. De vraag is niet of je hond wormen heeft, maar of het teveel wordt voor hem om dat zelf op te lossen. Wormen bij de hond kunnen namelijk ook een gezond teken zijn, want wormen leven normaal gesproken in symbiose met het dier. Bij een gezonde hond blijft dit in balans, maar door de huidige leefomstandigheden van onze hond kan hij het soms niet meer in balans houden en wordt het teveel voor de hond. Of je hond inderdaad last heeft van een wormbesmetting, ligt aan verschillende zaken. De weerstand van je hond is één, maar de gezondheid van het maagdarmstelsel is daarbij ook van belang. Zo speelt bijvoorbeeld de pH-waarde van de maag een grote rol bij het voorkomen van een wormbesmetting. Honden die een rauw dieet eten, hebben een andere pH-waarde in de maag die minder aantrekkelijk is voor wormen dan honden die brok eten. Ook vuile pens en veel kluiven dragen hieraan bij. Het immuunsysteem komt tevens in actie bij de aanwezigheid van wormen door de aanmaak van IgE. Immunoglobuline E zijn eiwitten die betrokken zijn bij de reacties van het afweersysteem, met name bij de reacties tegen allergenen. Stap 1 in het voorkomen van wormen is dus goede voeding, een goed functionerend darmstelsel en een sterke weerstand en immuunsysteem.

Wat zijn parasieten?

Laten we beginnen met wat algemene informatie over parasieten. Een parasiet is een dier (of een plant!), dat in of op een gastheer leeft en zich ten koste daarvan voedt. Hierdoor hebben ze een schadelijke werking op de gastheer. Wormen zijn zogenaamde endoparasieten, wat wil zeggen dat ze in het lichaam van de gastheer leven. Ze kunnen een directe of een indirecte cyclus hebben. Bij een directe cyclus speelt alleen de gastheer en de buitenwereld een rol. De worm heeft verder niets nodig om te overleven. Bij een indirecte cyclus is er voor de ontwikkeling van larven een dierlijk organisme nodig. Deze zogenaamde tussengastheer zorgt voor het voltrekken van een deel van de cyclus, zodat de worm volwassen kan worden.

Wat begrippen! Iedere parasiet heeft een prepatent periode. Dit is de tijd die nodig is om volwassen te worden; de tijd tussen infectie (het binnenkrijgen van de eitjes) en het verschijnen van de eitjes of larven in bijvoorbeeld de ontlasting. De incubatietijd is de tijd die verloopt tussen infectie en het optreden van ziekteverschijnselen. Een dier kan larven opnemen in grote aantallen. Bij inhibitie is er geen eiproductie na de normale prepatent periode. Met andere woorden: de larven ontwikkelen zich niet, maar gaan in rust, bijvoorbeeld in de spieren of in de lever. Ze wachten daar op “betere omstandigheden”, tot er iets gebeurt waardoor ze getriggerd worden, en ontwikkelen zich daarna pas verder tot volwassen worm. Een besmet dier kan eieren afscheiden en deze weer opnemen, waardoor de infectie in stand blijft. Bij deze zogeheten autoinfectie besmet het dier zichzelf weer.

Rondwormen (nematoda)

Onder de rondwormen vallen onder andere spoelwormen, zweepwormen en hartwormen. Iedere diersoort heeft een eigen soort spoelworm (ascaridata), die niet diersoortspecifiek is, maar ook kan overgaan op andere diersoorten. De toxocara canis is de meest voorkomende soort bij de hond. Spoelwormen leven in de dunne darm en ontwikkelen zich in ongeveer twee weken tijd. Ze geven veel eieren af via de ontlasting en deze blijven lang infectieus. De eigen immuniteit van de hond zorgt ervoor dat er geen eitjes worden gelegd, maar infectie met de spoelworm is niet te voorkomen. Dat is de reden waarom twee weken na de geboorte zowel moederhond als pups worden ontwormd en daarna ook nog op de leeftijd van vier, zes en acht weken. Tijdens de dracht vindt er namelijk besmetting plaats met de spoelworm via de placenta. Alle pups in Nederland worden besmet geboren, waardoor de populatie spoelwormen ook intact blijft. Een larve van de spoelworm kan ook in inhibitie gaan; op dat moment kan deze dan niet gedood worden door een ontworming. De toxocara canis is een zoönose en is dus ook besmettelijk voor de mens. Ze kunnen bijvoorbeeld zorgen voor een granuloom in het oog of in de hersenen terechtkomen.

Een zweepworm (trichurata) is een rondworm die in het maagdarmkanaal huist, voornamelijk in de dikke en blinde darm. Bij de hond wordt deze worm ook wel kennelworm (trichuris vulpis) genoemd. Het is een bloedzuigende worm is, die zorgt voor vermagering en bloederige diarree. De trichuris vulpis komt vaker voor bij jachthonden die in een roedel leven of bij honden in een kennel. Deze worm heeft een directe cyclus en legt weinig eitjes, wat de diagnose lastig kan maken.

Een hartworm (dirofilaria immitis) is een parasiet die wordt overgedragen door stekende mugjes. Hartworm komt voornamelijk in Zuid-Europa voor. Preventie van de hartworm gebeurt door het bestrijden van de mug en het vermijden van buiten komen in de schemer wanneer de muggen actief zijn. Hartworm kan niet van hond op hond worden overgebracht, maar kan wel voorkomen bij hond en kat. Een volwassen worm kan wel tot twintig centimeter lang worden. Deze vestigt zich in het hart en de longslagaders, wat zorgt voor vermoeidheid, hoesten en benauwdheid, en scheidt daar microfilariën (larven) uit. Hartwormen worden oud en hebben daardoor een jarenlange productie van larven. Diagnose is lastig, net als de behandeling. Bij de bestrijding van volwassen wormen kunnen er infarcten en embolieën ontstaan door kleine stukjes dode wormen die in de longvaten terecht komen. Na therapie is daardoor een periode van 5 weken strikte rust nodig. Bij hartworm geldt dus: voorkomen is beter dan genezen.

Lintwormen (cestoda)

Er bestaan verschillende soorten lintwormen. Bij de hond zijn er drie soorten die we vaker zien. Een lintworm is een platte worm, die leeft in de dunne darm. Hij laat daar vervolgens proglottiden, oftewel eipakketten, los. De segmenten van een lintworm zitten vol met eitjes, tot wel 200000 die per dag worden losgelaten! Deze blijven tot drie jaar infectieus en zijn bijvoorbeeld te vinden op de deurmat, doordat wij ze van buiten naar binnen lopen. De larfjes van de lintworm kunnen zich inkapselen in bijvoorbeeld spieren; er is geen middel dat deze ingekapselde wormen kan doden. Als bijvoorbeeld de hormoonhuishouding van de hond verandert, kunnen deze vrijkomen. Als een hond vlooien heeft, zie je vaak dat hij zit te bijten op een bepaalde plek. Hierdoor is het goed mogelijk dat de hond in kwestie een vlo binnenkrijgt. Een vlo kan op zijn beurt weer eitjes bevatten van de hondenlintworm, die zich vervolgens verder ontwikkelen in het lichaam. Een lintwormbesmetting is dus een reële mogelijkheid wanneer je hond vlooien heeft. Eerst de vlooien bestrijden en dan pas ontwormen is de juiste volgorde in deze, andersom heeft weinig nut.

De vossenlintworm komt in de darmen van hond en kat tot volwassenheid. De vos is de eindgastheer. Honden die in contact komen met de ontlasting van vossen, kunnen besmet worden met de vossenlintworm. Zelf hebben ze daar weinig last van, maar het is wel besmettelijk voor ons. De mens kan een tussengastheer zijn, waarin een larve uitgroeit tot een zogenaamde blaasworm. Dit is een zakje met kopjes, vaak in de lever, dat kapot kan gaan en daardoor een gevaar vormt. Deze moet operatief verwijderd worden. Let op: je kunt ook besmet worden door het eten van ongewassen wilde bosvruchten, zoals bramen en frambozen!

Longwormen (angiostrongylus)

Franse hartworm is een longworm, die verspreid wordt via het eten van slakken. Ook een waterbak waarin slakken hebben gezeten of een speeltje wat buiten heeft gelegen en waarover een slak heeft gelopen, kunnen zorgen voor besmetting met larven. De larfjes leggen vanaf de darmen een hele weg af: via de lever en het hart trekken zij naar de longen. De symptomen zijn daardoor hoesten, pompende ademhaling en bloedingsstoornissen. Larfjes in de bloedbaan moeten bestreden worden met behulp van een ontwormingskuur.

Wormen of geen wormen?

Wormen kunnen vaak in de ontlasting van je hond worden gezien; ze zijn bijna nooit onzichtbaar. Daarom is het aan te raden om minimaal eenmaal per week de ontlasting van je hond te checken op wormen. Zie je geen wormen, dan weet je natuurlijk niet zeker of je hond wormen heeft, maar lijkt het erop dat je hond dit zelf in balans kan houden. Zie je wel wormen, dan moet een gezonde hond dit binnen drie dagen zelf oplossen. In deze periode past het lichaam de pH-waarde van de maag aan om de wormen te bestrijden. Lukt dit niet, of heb je een jonge, oude of zieke hond, dan is het zeker zaak om je hond te ontwormen. Let ook eens op darmgeluiden bij je hond. Normaal gesproken hoor je deze niet. Hoor je ze wel, kan dit op wormen duiden. Een andere manier om te onderzoeken of je hond wormen heeft, is door middel van een ontlastingsonderzoek. Je kunt bij je dierenarts wat ontlasting inleveren om onder de microscoop te laten onderzoeken op wormeitjes, maar je kunt ook een testkit bestellen online. De testkit bevat alles wat je nodig hebt om een klein beetje ontlasting te verzamelen en deze op te sturen naar het laboratorium. Daar onderzoeken ze de ontlasting en krijg je binnen een paar dagen het resultaat per mail terug. Zo heb je meer zekerheid of je hond wel of geen wormen heeft en hoef je je hond dus niet onnodig te ontwormen. Een testkit is bijvoorbeeld te bestellen bij VPL Het Woud of bij Silverlinde. Een maar: wanneer er in de ontlasting geen wormen worden gevonden, wil dit niet zeggen dat het dier niet belast is met wormen, maar de ervaring leert dat een ontlastingsonderzoek betrouwbaar genoeg is om de vraag wel of niet nodig om te ontwormen te beantwoorden.

Mocht je hond toch wormen hebben en een ontwormingskuur is noodzakelijk, dan is het van belang om je hond na de chemische kuur te ondersteunen om zijn weerstand zo sterk mogelijk te krijgen. Een reguliere ontwormingskuur pleegt altijd een aanslag op het lichaam; na een wormkuur moet de hond als het ware weer bij nul beginnen. Zeker wanneer er vaker ontwormd is, is een reiniging onontbeerlijk. Wat voor reiniging voor jouw hond geschikt is, hangt weer af van de hond. Zomaar een reinigingskuur geven is dus niet aan te raden, maar vraag hulp om te bekijken wat zijn lichaam aan kan. De ene reiniging is namelijk sterker dan de andere! Elke worm hecht zich daarnaast aan de darmwand vast, wat zorgt voor beschadigde cellen. Deze cellen herstellen zich niet meer uit zichzelf, waardoor er vaak darmproblemen en gevoeligheid voor voedselovergangen wordt gezien na een wormbesmetting. Dit is te voorkomen door je hond na een wormbesmetting te ondersteunen met natuurlijke middelen. Heeft je hond vaker wormen, dan is het aan te raden om steeds een ander ontwormingsmiddel te gebruiken. Daarnaast is het dan zaak om eens verder te kijken naar de oorzaak, want waarom heeft je hond steeds last van wormen?

Wist je dat ontwormingskuren slecht zijn voor het milieu? Zo veranderen bepaalde stoffen uit ontwormingskuren bijvoorbeeld de begroeiing wanneer ze worden uitgescheden met de ontlasting.

Feiten en cijfers

Gemiddeld ontwormen Nederlanders hun hond 1,33 keer per jaar. Een groot deel hiervan is naar alle waarschijnlijkheid te voorkomen door eerst te onderzoeken of de hond in kwestie wel een wormbesmetting heeft. Heeft je hond wel wormen en is ontworming noodzakelijk? Kies dan voor bijvoorbeeld de merken Mansonil en Drontal; deze komen niet in de bloedbaan terecht en kunnen daardoor minder kwaad voor de darmflora en het immuunsysteem. Tevens zijn deze merken veilig te gebruiken voor honden met (een vermoeden van) het MDR1-gen. Natuurlijk ondersteunen daarbij blijft een must!

Heeft je hond regelmatig wormen en wil je uitzoeken waarom? Of wil je advies voor jouw hond over ontwormen of ontlastingonderzoek? Maak dan direct een afspraak!

By | 2019-04-02T11:33:31+00:00 2 april, 2019|Categories: Hond|Tags: , , , |0 Comments

About the Author:

Charlotte Olsthoorn (1988) is veterinair natuurgeneeskundig therapeut, psychologe en gespecialiseerd in mens-dier relaties. Welkom op charlotteolsthoorn.nl! Dit platform gaat helemaal over (natuurlijke) gezondheid. Hier vindt je blogs over een natuurlijke leefstijl voor jou en je dier, maar ook foto's, video's, de leukste producten en online trainingen. Liever persoonlijk contact? Stuur dan een email naar info@charlotteolsthoorn.nl of bel naar 06-51866009.

Leave A Comment

Bel voor een afspraak!